Vitamine AVitamine A (retinol), een vetoplosbare vitamine, ontdekt in 1913 door Mc Collum en Davis en is betrokken bij de weerstand. Het wordt daarom ook wel de anti-infectie vitamine genoemd. Daarnaast speelt het een rol bij de groei, het gezichtsvermogen en de gezondheid van huid, tandvlees en haar. Vitamine A is een generieke term voor een aantal verschillende componenten.

In het lichaam wordt retinol omgezet in retinoïnezuur, de component die genetische expressie reguleert. bèta-caroteen wordt wel een precursor (voorloper stof) van vitamine A genoemd, vanwege het feit dat bèta-caroteen omgezet kan worden in vitamine A.

Deze omzetting werkt in de fysiologie van de mens vaak echter lang niet zo efficiënt als deze theoretisch mogelijk is. Vitamine A wordt opgeslagen in de lever en speelt een belangrijke rol in de genexpressie, integriteit van huid en slijmvliezen en het functioneert als anti-oxidant.

Waar zit het in?


Belangrijke bronnen voor vitamine A zijn lever, vlees- en vleeswaren, vette vis, melk- en melkproducten, kaas, eidooier en boter. Plantaardige producten met voornamelijk bèta-caroteen, een voorloper van vitamine A; wortelen, gele en oranje gekleurde vruchten zoals mango, rode peper, groene groenten zoals spinazie, zoete aardappel en koolsoorten. Daarnaast wordt er in Nederland vitamine A toegevoegd aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten.

Hoeveel heb ik nodig?


Volwassen mannen (19-50 jaar) hebben per dag 1.000 microgram vitamine A nodig. Dit komt ongeveer overeen met drie sneetjes brood met leverpastei. Vrouwen in deze leeftijdscategorie hebben 800 microgram per dag nodig. De aanbeveling voor vitamine A is tijdens de zwangerschap verhoogd van 800 naar 1.000 microgram per dag.

Wat is veilig?


De Gezondheidsraad heeft de veilige bovengrens voor vitamine A vastgesteld op 3.000 microgram per dag. De orthomoleculaire dagdosis voor volwassen is 10.000 IU per dag. Langdurig gebruik van hogere doses doet het risico op bijwerkingen sterk toenemen.

Wat zijn de gevolgen van een teveel aan vitamine A?


Te veel vitamine A kan leiden tot 'hypervitaminose A' (van het Griekse 'hyper' = te veel). Symptomen zijn onder meer gebrek aan eetlust, verminderd gezichtsvermogen, hoofdpijn, misselijkheid, vermoeidheid, duizeligheid, spierpijn, oogafwijkingen, haarverlies en/of roodheid en schilferen van de huid. Een langdurige overdosering van vitamine A kan ontstaan als je gedurende een langere tijd meer dan 3.000 microgram/dag gebruikt. Dit staat gelijk aan het eten van meer dan negen sneetjes brood met leverpastei per dag. Tijdens de zwangerschap kan een teveel aan vitamine A bij daarvoor gevoelige personen de vrucht beschadigen. Daarom wordt het gebruik van lever tijdens de zwangerschap afgeraden. Lever bevat per 100 gram namelijk al 11.000 microgram vitamine A, ver boven de veilige bovengrens van 3000 microgram per dag.

Wat zijn de gevolgen van een tekort aan vitamine A?


Voordat er sprake is van een vitamine A-tekort moet iemand gedurende een langere tijd geen tot weinig voedingsmiddelen hebben gegeten die vitamine A of bèta-caroteen (dat door het lichaam kan worden omgezet in vitamine A) bevatten. Vitamine A zorgt voor een goede weerstand en bij een te lage inname hiervan zal de weerstand dan ook verminderen. Daarnaast kan een tekort een droge en schilferige huid en dof haar veroorzaken.

Bij een chronisch vitamine A-tekort ontstaat er een storing in het gezichtsvermogen. Nachtblindheid is hiervan het eerste symptoom. Dit kan overgaan in totale blindheid, door een ziekte die xeroftalmie wordt genoemd. Deze ziekte komt vooral voor in ontwikkelingslanden, waar een vitamine A-tekort de voornaamste oorzaak van blindheid is. Vitamine A tekort gaat ook vaak gepaard met een zink tekort.